Het ontstaan van een quilt, door Yvonne Panofsky

 

In oktober 2013 bezocht ik met een vriendin de Open Europese Quilt Kampioenschappen en Tentoonstelling in Veldhoven. Mijn leven nam daar een onverwachte wending en hoe zeer mijn leven zou veranderen, kon ik toen nog niet bevroeden. Tijdens het bezichtigen van de vele quilts viel mijn oog op een aantal quilts waarvan borduurwerk het middelpunt was. Naar die combinatie was ik al lang op zoek.

De prachtige kleuren van de quilts die voor mijn ogen hingen, de harmonie tussen borduurwerk met dikke wollen draden en het gequilte deel, de kleurencombinatie tussen beide werken trokken mijn aandacht. De serie heette Radiation/Straling en je zag de stralen op de quilts en de stralen van de quilts op je af komen. Zo raakten mijn vriendin en ik aan de praat met de vrouw die deze prachtige quilts gecreëerd heeft: Hilde van Schaardenburg. Ik had tot op dat moment nog niet eerder over haar of haar werk iets gehoord of gelezen. Bevlogen vertelde zij over haar werk en liet ons nog ander werk zien. Van haar kennis, bevlogenheid en enthousiasme genoot ik.  Het viel mij op dat ik vaak niet kon onderscheiden welke technieken zij had toegepast. Het bleek achteraf een samenspel en combinatie te zijn van met name vrij machinaal quilten, naaien, appliquė en schilderen.

Haar brochure lezend, ontdekte ik dat zij niet ver van mijn woonplaats woonde en ik vroeg haar of zij ook les gaf. Dat deed zij niet. Wel zou zij enige weken later met Corinne Zambeek-van Hasselt samen een Masterclass geven bij Bordurama. Van een Masterclass in de quilt wereld had ik ook nog nooit gehoord. Hilde verklaarde mij wat dat betekende.

De naam van de Masterclass was „In hal van de bergkoning”. De nadruk zou liggen op het ontdekken wat de deelneemster in een door Corinne zelf geverfde stof zou zien, terwijl je je in gedachten bevond in een grot en door middel van vrij machinaal borduren dat proberen uit te beelden. Er zou geen handleiding daarbij zijn, het ging niet om onderwijs maar om „coaching”.

Ik had een zware tijd achter de rug met een verhuizing vanuit ons grote huis met veel grond op het platteland, waar wij meer dan dertig jaar gewoond hadden naar een veel kleiner hoekhuis in een rijtje met een klein tuintje. Het was een klus geweest. Ik bedacht me geen moment, toen Hilde vertelde over haar Masterclass; zei tegen mijn vriendin: „Dat doe ik mezelf cadeau”. Ik liep meteen naar de stand van Bordurama om me op te geven. Dit was mijn kans om nou eens iets anders te doen, zonder vast patroon te werken. Het was alsof een deur zich opende naar een nieuwe wereld. Terwijl ik dit opschrijf, bijna een jaar later, voel ik nog de tinteling en opwinding die ik toen in mijn lichaam ervoer.

Tot op dat moment borduurde ik met veel plezier op de naaimachine, hield me ook wat bezig met digitaliseren van borduurmotieven en had ik een aantal quilts gemaakt. Het was mijn wens die twee ambachten eens te kunnen combineren. Het was er nog nooit van gekomen. Het was maar een hobby naast vele andere dingen die ik graag deed en die meestal voorrang kregen.

Bordurama

Kort daarna zocht ik per mail contact met Hilde en bood haar aan met mij mee te rijden naar Bordurama. Ik dacht dat zij misschien het wel vermoeiend zou vinden om en de hele dag een Masterclass te geven en zo ver ook nog heen en terug te moeten autorijden. Ik hoopte dat zij mijn aanbod niet als opdringerig zou ervaren, want dat was niet de bedoeling. Binnen een uur na het versturen van de email, belde Hilde mij enthousiast op en zei spontaan: „Ja, graag”.

En zo togen wij enige weken later per auto naar Bordurama. Onderweg voegde zich Corinne als reisgenote er bij. Beide dames bleken goed bevriend te zijn, wisselden enthousiast met elkaar gedachten uit over de quilts waar zij mee bezig waren en hoe zij dachten bepaalde problemen daarbij op te lossen. Ik zat erbij, luisterde aandachtig en dacht: „Hier zit ik bij en ben deelgenoot van creatieve ontstaansprocessen. Wat geweldig.” Ook spraken zij over diverse quilts die in Veldhoven ingezonden waren onder het thema Berlijn. Ik merkte dat ik me niet verlegen voelde mee te praten daarover en dat de dames mij als gesprekspartner accepteerden.

 De Masterclass begon met  inleiding van Hilde, die vooral bestond uit het kijken naar foto’s. Eerst werden bergen op een afstand vertoond, daarna steeds dichterbij, dichterbij tot in de grotten en tot slot foto’s van gesteenten en kristallen. Ik merkte dat het kijken naar vormen, structuren en kleuren mij hielp om me open te stellen voor wat ik ging doen, me ontspande en ik me niet meer afvroeg of ik het wel zou kunnen.

Wij kozen een geverfde lap stof uit en gingen aan het werk. De bedoeling was om in de lengte vrij machinaal te quilten, soms wat dichter bij elkaar, soms wat verder uiteen, met diverse kleuren garen en daarmee bepaalde kleuren in de stof te benadrukken. Ik vond het heerlijk om er mee bezig te zijn. De stijd vloog om. Tijdens de lunch ontstond er een leuk gesprek tussen de deelnemers over wat een ieder zo met de hand en machine thuis maakte en werden er ervaringen uitgewisseld. Ik voelde me ontspannen en vrij van zorgen, de tijd vloog om.

Ieder van de deelnemers kreeg van Hilde een steentje cadeau. Het ligt op mijn nachtkastje. Het heeft prachtige kleuren, is hartvormig en wacht op inspiratie en tijd om het in een quilt om te zetten.

Pelikaantje

Er gingen daarna enige maanden voorbij en Hilde en ik wisselden een aantal emails uit, spraken eens telefonisch over wat coaching inhield en op haar verzoek digitaliseerde en borduurde ik voor haar een pelikaantje. Tot op dat moment was het machinaal borduren en digitaliseren mijn passie.

Begin februari ontving ik van Hilde een mail waarin zij gewag maakte van het thema „Oude Meesters” bij de Open Europese Quilt Kampioenschappen 2014. Zij vroeg mij of ik er aan dacht daar aan deel te nemen.

Die vraag kwam als een harde donderslag uit de hemel. „ Ik? Hoe komt Hilde op dat idee? Zij heeft mij maar één keer gezien en toen slechts kort waargenomen hoe ik werk en wat ik kan maken. Dat waren de de gedachten, die bij mij opkwamen. Aan zoiets deelnemen had ik zelf nooit overwogen. Ik zag mezelf en zie mezelf niet als een competitieve persoon. En dan het thema Oude Meesters. Een werk van Rembrandt namaken. Dat wordt alleen maar kitsch. Een portret van Rembrandt in stof en gequilt. Ook dat leek en lijkt me kitsch. Wat zou je dan kunnen doen met een dergelijk thema, vroeg ik me wel af.

Geprikkeld om het antwoord daarop te vinden, ging ik googelen en zocht naar schilderijen van Rembrandt. Zo kwam ik als eerste op het Joodse bruidje. Ik zoomde in op bepaalde delen van het schilderij: de mouw van de man met het prachtige geel en de bruine kleuren, de rok van de vrouw met een scala van rode tinten, de mouw van de vrouw met de plooien. Wat mij daarbij trof was het prachtige kleurenpalet, zijn stofuitdrukking, textuur, beheersing van licht en donker en zijn - in die tijd - vernieuwende manier van schilderen door met dikke klodders verf en/of een paletmes de verf zo aan te brengen dat een driedimensionaal effect ontstond. Dat in stof, in een quilt weer te geven leek me een geweldige uitdaging. Een avontuur die ik wilde aangaan om te proberen mijn grenzen te verleggen.

Zou ik dat kunnen?

Ik wilde het al zo lang en nu lag die kans voor me om dat te doen. Ik besloot het te doen. Mijn grenzen verleggen zou het doel zijn en als de quilt in Veldhoven zou komen te hangen, zou dat een toetje er bij zijn. Maar niet het hoofddoel.

Keuze

Op maandag 3 maart 2014 begon ik met het aanleggen van een dagboek om iedere dag te schrijven over mijn avontuur en de stappen die ik er in zette. Het opschrijven is een belangrijke steun geweest om mijn gedachten te ordenen en de lijn vast te houden waar ik naar toe wilde.

Die dag schreef ik: Ik moet nu een definitieve keuze maken uit de close ups van het Joodse Bruidje. Ik wil morgen naar de Naaidoos (in Nieuw Buinen) om stof te kopen. Ik kies voor de mouw van de man met het geel dat soms lijkt op te lichten en het bruin dat de diepte geeft. Toch knaagt er nog iets. 10 mei is de deadline om je in te schrijven en dan moet er een foto bij de inschrijving opgestuurd worden van de gehele top, al hoeft de quilt nog niet klaar te zijn. Ook moet  een close up foto van een deel van het quilten opgestuurd worden. Ruim 9 weken. Red ik dat, want daar zit heel erg veel werk in? Zou ik niet beter kunnen kiezen voor de rode rok, waar misschien het uitwerken minder tijdrovend zal zijn? Ik ga voor mijn eerste coaching naar Hilde en bespreek met haar mijn twijfels. Uiteindelijk kies ik voor de rode rok met een deel van de hand, boven in het midden.

 Thuis zoek ik uit wat ik aan rode stoffen heb en vind daarbij ook nog hele mooie zijde. Een lap dupion zijde in een hele mooie roest rood bruin, waarvan ik denk dat dat rechts van het midden het goed zal doen. Op 6 maart rijd ik naar Drenthe en word ik in de Naaidoos allerhartelijkst ontvangen door Frea en Albert. De zoektocht in hun winkel is een feest. Albert en Frea kennen hun collectie door en door en staan je altijd met raad en daad bij. Zo kies ik een prachtige palet  met geel/oranje batik stoffen, rode zijde en -katoen en spot ik tot slot nog wat dikke gemêleerde vilt in de juiste tint. Tevreden rijd ik huiswaarts, terwijl het in mijn hoofd spookt hoe ik dat nu verder ga aanpakken.

Schetsen

Ik begin met schetsen te maken van de hoofdlijnen van mijn close up. Valt me niet mee tot ik ontdek dat de lijnen niet willekeurig lopen, maar in vaste verhoudingen liggen. 1/3  -1/3 - 1/3 en 1/3 van 1/3. Ook de hoogte van de hand is 1/4 van de totale hoogte van mijn close up. Ik zie dat ik de close up niet zo maar genomen heb, maar weet dat ik precies dit stuk koos toen ik de foto maakte. Niet bewust toen waarom. Zou het oog meer registreren dan ik me op dat moment realiseerde?

De volgende stap is een vel patroonteken papier van 80 x 90 nemen en daar de hoofdlijnen met viltstift op tekenen. Ik probeer dan met waterverf de vlakken in te kleuren. Helaas gaat dat niet, het papier scheurt.

Opnieuw een vel papier en nu zet ik de lijnen op een vel van 90 bij 72. De verhoudingen zijn beter als ik de hoofdlijnen hier op aanbreng. Vervolgens ga ik met mijn lappen stof de juiste combinatie te vinden. Te veel mogelijkheden en ik zie door de bomen het bos niet meer. Eerst maar slapen en morgen me beperken tot de hoofdkleuren.

De volgende dag probeer ik een klein stukje van de dupion zijde te bleken, de kleur is te fel. Dat lukt niet.

Mijn man ziet mij worstelen en zegt: het is de bedoeling dat het een Yvonne Panofsky quilt wordt, niet een exacte kopie van Rembrandt. Tok! Klik! Dat snijdt hout en brengt me terug op het spoor om mijn grenzen te verleggen en het schilderij als inspiratie bron te gebruiken.

Op maandag werk ik altijd samen met mijn vriendin Roos. Wij spelen met stof, oefenen samen met het digitaliseren aan de hand van de Bernina Software programma V7, bekijken interessante foto’s en sites op het gebied van onze gezamenlijke hobby. Altijd leuk. Met Roos kijk ik deze keer naar de stoffen en kom met haar samen tot een gerichtere keus van de stoffen. Nummer de stoffen aan de hand van de tekening.

Dan ga ik met mijn ingezoomde foto op een usb stik naar de Copyshop. Een uitvergrootte foto op formaat 90 x72 in kleur kost 35 euro, Dat is me te gek. Voor nog geen tientje kan ik wel een zwart wit foto op formaat 90 x 70 krijgen en besluit dat te doen. Het geeft namelijk wel goed de lijnen aan en waar het lichter of donkerder moet worden.

 Op vrijdag 15 maart zet ik me eindelijk achter de naaimachine om het één en ander uit te proberen.

iPhone

Wat me bezig houd, is hoe moet ik de hand maken. Schilderen of tekenen kan ik niet goed en handen tekenen is razend moeilijk. Onderweg valt mijn oog op een poster met een schilderij van Picasso. Daar wordt onder andere een hand afgebeeld, gestileerd. Dat zou ik dus kunnen doen, de hand stileren. Met mijn Iphone is een foto snel gemaakt.

 En dan volgen de dagen elkaar snel op. Elke volgende stap is een experiment. Een handleiding heb ik niet, ook geen patroon. Ik experimenteer met kleuren, stof plooien, diverse garens, steek- en naai effecten. Het worstelen met de materie is een uitdaging. Een weg van drie stappen voorwaarts en één terug, chaos in mijn hoofd, stil staan en kijken naar kleur, lijn en textuur. En toch begint de quilt als het ware haar eigen weg te gaan en een stijl en vorm aan te nemen. Ik leer de quilt te volgen en niet het oorspronkelijke idee. De oplossing blijkt vaak onverwachts te ontstaan door „fouten” die ik maak. Bijvoorbeeld het trekken van een naad waardoor er ruimte ontstaat. En na het eerst uitgehaald te hebben en niet glad te krijgen, laat ik het zitten en geef het een positieve wending.

De hand die mislukt. Als ik dan de stukken lostorn, houd ik de geelgroene kleur in reepjes over. Die had ik bij de hand voor het schaduw gedeelte gebruikt. Ik leg die stukjes neer in een diagonale lijn, waar het oog heen getrokken wordt, al kijkend naar de quilt. En bingo het is precies dat wat nodig is.

''Afblijven''

Op 1 mei schrijf ik in mijn dagboek: „Nu is er evenwicht in kleur, structuur en vorm. AFBLIJVEN.”

Op 2 mei komt mijn stiefdochter Claudia foto’s van de top maken. Het rood is moeilijk te fotograferen en als vakvrouw weet zij in korte tijd dat op te lossen.

 Op 3 mei begin ik met het doorquilten. Ik gebruik aan de boven zijde gemêleerde garen King Tut van Superior Threads  en Isacord borduurgaren als ondergaren. De spanning is goed onder en boven.

 Op 6 mei stel ik mijn tekst op voor de aanmeldingsformulier voor het OEQC. Die luidt:

„Rembrandt’s prachtige kleurenpalet, zijn stofuitdrukking, textuur, beheersing van licht en donker heeft mij aangezet om mijn creativiteit te verkennen met het quilten. Het is het rood van het Joodse Bruidje, geschilderd door Rembrandt omstreeks 1667, dat mij fascineert en dat mijn weg met naald, draad en stof bepaalde.”

„Rembrandt’s beautiful color palet, his textural expression, command of use of light and darkness inspired me to explore my creativity with quilting. The red of the dress of the Jewish Bride, painted by Rembrandt around 1667, caught my fascination and led me the way with my material, thread and needle.”

Mijlpaal

Intussen quilt ik verder en op 9 mei kan Claudia de close up voor de aanmelding maken. Hulde voor haar vakmanschap om de kleurbalans goed te krijgen. Dan verstuur ik met Claudia’s steun mijn aanmeldingsformulier met de foto’s. Erg spannend om te doen. En ja het is gelukt, ik krijg een bevestiging per mail.

 

In mijn dagboek schrijf ik: „Wat een mijlpaal! Maar goed voetjes op de grond houden, er is nog veel werk te verzetten met alle ups en downs die er bij horen. Ik heb veel geleerd in de afgelopen 2 maanden en mijn doel gehaald: mijn grenzen verkennen en verleggen. En daar wil ik mee doorgaan. Zoals Amos, mijn zoon, 2 maanden geleden tegen mij zei: „Misschien ontdek je dat er geen grenzen zijn.” en ik antwoordde: „ Dat zou best kunnen, want ik weet dat ik zelf de grens ben die er nu is.”

Dat dit gelukt is, is mede dankzij alle daadwerkelijke steun van Toon, mijn echtgenoot, die met alle boodschappen doen, koken, de keuken opruimen en aanmoediging mij hielp de tijd en ruimte te nemen en te gebruiken.”

 

De volgende twee maanden vergaan min of meer zoals de voorgaande. Het verschil is wel dat nu de deadline van de aanmelding gehaald is, ik met meer rust kan werken. Het proces blijft „worstelen met de materie”. Het blijft spannend en ik merk dat ik het erg leuk vind mijn eigen proces te volgen. Ik herken nu het patroon van vallen en opstaan, te veel kijken naar het schilderij in plaats van mijn eigen ideeën en de stof te volgen, mezelf af en toe te moeten corrigeren met de woorden „het moet een Yvonne Panofsky worden geen Rembrandt”.

De foto’s laten verder zien hoe de voortgang was.

Gedicht

Exact 4 maanden na het beginnen met mijn dagboek is mijn quilt af. In de loop van de volgende maand naai ik de verplichte tunnel met de hand, borduur ik mijn label voor de achterkant. Ook print ik op stof het  gedicht van Pierre Kemp die mij toegestuurd werd door een goede vriend. Dat gedicht heet het Joodse Bruidje. Het bezingt het rood van het schilderij en geeft voor mij weer wat ik in mijn quilt naaide. Tot slot op aanraden van Hilde naai ik een tas voor de quilt met restjes stof van de quilt. 

Op 28 juli noteer ik in mijn dagboek: „En op 28 juli om 21.55 is het echt klaar. Helemaal klaar. Ik ben er blij mee. Ook met de achterkant. Nu het klaar is en aan de lat hangt, ziet de achterkant er ook mooi en evenwichtig uit. Blij dat ik de laatste loodjes ook zo secuur heb doorgezet.

ECHT KLAAR. TEVREDEN, MOOI, HARMONISCH.”

 Zo een gevoel van rust en tevredenheid heb ik bij het klaar krijgen van een werkstuk nog nooit beleefd.

 Op 28 augustus krijg ik bericht van Ada Hoenders, organisatrice van de OECQ dat mijn quilt geaccepteerd is en mag de vlag uit. Ik heb nog een stap verder kunnen halen dan mijn oorspronkelijke doel.

 Ook het opschrijven en tekenen in mijn dagboek, per mail foto’s sturen aan mijn „steunteam”  Hilde, Roos, Siet, en Siri en hun ruggesteun, feedback en aanmoediging heeft mij geholpen zo ver te komen. Hen allen en Toon, mijn echtgenoot, ben ik erg dankbaar voor hun steun en aanmoediging om dit avontuur te beleven.